header2
orgaandonatieOrgaandonatie
 
Veel mensen voelen zich een beetje klem zitten als het gaat om de vraag of ze wel of niet tot orgaandonatie zullen beslissen. Enerzijds lijkt dat immers een daad van liefde te zijn. Maar anderzijds voelt het voor velen (als ze goed naar binnen luisteren) niet ├ęcht goed. Hoe kunnen we dit dilemma oplossen? Dat kan alleen door inzicht te krijgen in wat er nu echt gebeurt bij orgaandonatie.
Allereerst is daar het criterium van hersendood: als iemand hersendood is, maar het hart klopt nog en alle organen werken nog, dan mogen de organen volgens de wetgever weggenomen worden. Maar is iemand die hersendood is, wel echt dood?
Organen blijken bovendien drager van ons geheugen te zijn. Veel gedoneerden vertellen over andere gewoontes en zelfs andere karaktertrekken, die ze na de transplantatie kregen. Hoe zit dat nu eigenlijk precies? En wat betekent het dat gedoneerden vaak het gevoel hebben, dat de geest van de donor nog in de buurt is en dat ze vaak zelfs het gevoel hebben dat er nog een aanwezigheid in hun lichaam is?
Een vraag die zelden gesteld wordt, is deze: wat betekent het afstaan van organen eigenlijk voor de donor zelf? Kan het zijn dat hij/zij daardoor naar de aarde getrokken wordt en moeilijk of misschien zelfs helemaal niet de weg naar de geestelijke wereld kan vinden?
En wat kan de Egyptische traditie ons in dit opzicht leren: onze cultuurperiode is immers een herhaling op hoger niveau van de Egyptische cultuurperiode. Waarin zit die herhaling en wat werpt kennis van die periode voor licht op de huidige praktijk van orgaandonatie?
Iedereen zal helemaal vrij en naar eigen geweten een antwoord op de vraag naar orgaandonatie moeten geven. Maar juist vanuit de politiek lijkt de druk om wel te besluiten tot orgaandonatie steeds sterker te worden. Daarom is het belangrijk om los van die druk, in alle vrijheid tot een eigen antwoord op de naar orgaandonatie te komen.